Toeslagen: toetsingsinkomen, vermogen en voorschot
Wat Dienst Toeslagen bedoelt met toetsingsinkomen, toeslagpartner en vermogen, en hoe voorschot, vaststelling en terugbetalen werken.
Zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget hebben dezelfde bouwstenen: je toetsingsinkomen, je toeslagpartner en je vermogen. Dienst Toeslagen betaalt eerst een voorschot en stelt het bedrag later vast. Dit artikel legt die begrippen uit. De bedragen en grenzen zijn die van 2026, uit de berekeningen van Dienst Toeslagen. Onze tools Zorgtoeslag berekenen, Huurtoeslag berekenen en Kindgebonden budget berekenen rekenen ermee. Ze geven een indicatie; het bedrag stelt Dienst Toeslagen vast.
Toetsingsinkomen
Het toetsingsinkomen is het inkomen dat voor toeslagen telt. Het is niet je brutoloon en niet je nettoloon.
- Met aangifte: je verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting over het toeslagjaar. Dat is lager dan je loon als je bijvoorbeeld hypotheekrente aftrekt.
- Zonder aangifte: het fiscale loon op je jaaropgaaf. Dat is je brutoloon met vakantiegeld en een eventuele 13e maand, min onder meer je pensioenpremie.
- Box 3 telt mee. Inkomen uit sparen en beleggen hoort bij je verzamelinkomen.
- Het gaat om het toeslagjaar. Je aangifte over dat jaar doe je pas het jaar erna. Bij het aanvragen vul je dus een schatting in.
- Met een toeslagpartner tellen jullie toetsingsinkomens samen.
Wat je netto overhoudt, reken je uit met Netto salaris berekenen. Dat is iets anders dan het toetsingsinkomen.
Het inkomen van kinderen. Bij het kindgebonden budget telt het inkomen van je kinderen niet mee. Bij de huurtoeslag telt het wel, onder voorwaarden: van een kind dat op 1 januari 2026 jonger is dan 23 telt alleen het deel boven € 6.218 per jaar. Vanaf 23 jaar telt het inkomen helemaal mee. Verdient je kind van 20 in 2026 € 8.000, dan tel je € 1.782 mee.
Dienst Toeslagen legt het uit op Wat is het inkomen voor mijn toeslag?
Toeslagpartner en huishouden
- Toeslagpartner. Meestal je echtgenoot of geregistreerd partner. Woon je ongetrouwd samen, dan kan je huisgenoot ook je toeslagpartner zijn, bijvoorbeeld als jullie samen een kind hebben, samen een huis bezitten of een samenlevingscontract bij de notaris hebben. Een kind of ouder telt sinds 2025 niet meer als toeslagpartner.
- Samen gerekend. Met een toeslagpartner tellen inkomen en vermogen van jullie samen. De grenzen liggen dan hoger.
- Huishouden bij huurtoeslag. Jij, je toeslagpartner en iedereen die bij je woont en op je adres staat ingeschreven, ook je kinderen. Een onderhuurder en de mensen bij zijn huishouden tellen niet mee, ook hun inkomen niet.
- Medebewoners. Bij de huurtoeslag tellen de toetsingsinkomens van jou, je toeslagpartner en je medebewoners samen. Voor het vermogen geldt de grens voor elke medebewoner apart, ook voor een thuiswonend kind van 18 of ouder.
- Kindgebonden budget. Heb je geen toeslagpartner, dan krijg je het hogere bedrag voor een alleenstaande ouder.
Vermogen op 1 januari
Je vermogen telt op 1 januari van het toeslagjaar: je bezittingen min je schulden. Het zijn de bezittingen en schulden uit box 3, zonder dat het heffingsvrij vermogen eraf gaat. Spaargeld, beleggingen, een tweede huis en vermogen in het buitenland tellen mee, groene beleggingen ook. Het huis waarin je zelf woont telt niet mee.
Zit je op 1 januari boven de grens, dan krijg je dat hele jaar die toeslag niet, ook niet bij een laag inkomen. Onder de grens maakt het niet uit hoeveel je hebt.
| Toeslag in 2026 | Zonder toeslagpartner | Met toeslagpartner |
|---|---|---|
| Zorgtoeslag | € 146.011 | € 184.633 |
| Kindgebonden budget | € 146.011 | € 184.633 |
| Huurtoeslag | € 38.479 | € 76.958 |
Het vermogen van kinderen. Het vermogen van een kind jonger dan 18 telt mee voor de zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget.
Bronnen: de berekeningen van Dienst Toeslagen voor zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget, 2026. De grenzen veranderen elk jaar.
Voorschot en definitieve vaststelling
- Aanvragen. Via Mijn toeslagen op de site van de Belastingdienst, met je DigiD. Aanvragen kan ook achteraf, tot 1 september van het jaar erna: voor 2026 dus tot 1 september 2027.
- Voorschot. Je krijgt elke maand een voorschot, gebaseerd op het inkomen dat je opgeeft. Dienst Toeslagen betaalt in hele euro's per maand.
- Wijzigingen. Verandert er iets, zoals je inkomen, je toeslagpartner of je huur, geef het dan door in Mijn toeslagen. Dienst Toeslagen rekent per maand met je situatie van dat moment.
- Definitieve vaststelling. Na afloop van het jaar stelt Dienst Toeslagen de toeslag vast, met je werkelijke inkomen. Was het voorschot te hoog, dan betaal je het verschil terug. Was het te laag, dan krijg je het verschil.
Onze tools rekenen met een heel jaar in dezelfde situatie. Wijzigt er tijdens het jaar iets, dan kan het echte bedrag afwijken.
Met je eigen gegevens rekenen kan met de proefberekening toeslagen van Dienst Toeslagen. Ook die geeft een indicatie.
Onder € 24 per jaar geen uitkering
Komt een toeslag uit op minder dan € 24 per jaar, dan wordt hij niet uitgekeerd (Awir, artikel 14, vijfde lid). Daarom stopt bijvoorbeeld de zorgtoeslag bij een inkomen waar het jaarbedrag net onder die grens komt, en geeft een calculator dan 0.
Hoe we rekenen en controleren, lees je in Zo rekenen onze calculators. Hoe we de tarieven elk jaar bijwerken, staat bij Tarieven die we elk jaar bijwerken.
De redactie van Sumish
Meer uitleg
- WerkwijzeZo rekenen onze calculators en hoe betrouwbaar een uitkomst isHoe een uitkomst tot stand komt, wat indicatie of rekenvoorbeeld betekent, hoe we afronden en hoe we de formules controleren.
- WerkwijzeZo houden we alles actueelWelke gegevens zichzelf bijwerken, welke tarieven we elk jaar met de hand nakijken en wat Laatst gecontroleerd bij een tool betekent.
- WerkwijzeBewegen en calorieën: zo rekenen onze toolsWaar de cijfers van de beweeg-tools vandaan komen: de Nederlandse beweegrichtlijn, MET-waarden, de formule voor calorieën, het omrekenen van stappen en links naar officiële informatie.