Energie
Saldering stopt op 1 januari 2027: wat verandert er voor je zonnepanelen?
Vanaf 1 januari 2027 stopt de saldering. Teruggeleverde stroom brengt dan weinig op, en je panelen verdienen zich langzamer terug.
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling van de overheid. Stroom die je teruglevert, brengt dan alleen nog een vergoeding van je leverancier op. Bij een vast of variabel contract houd je daar na aftrek van terugleverkosten meestal netto zo'n 0,5 cent per kWh van over, volgens Milieu Centraal (juni en september 2026). Een halve cent. Voor stroom van het net rekent Milieu Centraal met € 0,21 per kWh (2027 tot en met 2040).
Daardoor kan de terugverdientijd van zonnepanelen langer worden, schrijft de Rijksoverheid. In ons rekenvoorbeeld verderop is die 14 jaar en 9 maanden. Zou je 25 jaar blijven salderen zonder terugleverkosten, dan was het 4 jaar en 10 maanden.
Vanaf 2027 verdienen zonnepanelen zich dus vooral terug met de stroom die je zelf gebruikt.
Tot en met 31 december 2026 mag je nog salderen. Je leverancier trekt de stroom die je teruglevert af van de stroom die je van het net haalt, en alleen over het verschil betaal je stroomprijs, energiebelasting en btw (ACM). Zolang je niet meer teruglevert dan je verbruikt, valt elke teruggeleverde kWh weg tegen een gekochte. Bijna alle leveranciers rekenen daarnaast terugleverkosten (ACM, december 2025).
Wat er op 1 januari 2027 verandert
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Dat staat in de wet van 18 december 2024. Er komt geen afbouw. Eerst was het plan om vanaf 2025 stap voor stap af te bouwen, maar het kabinet koos voor één einddatum, schrijft de Rijksoverheid.
Volgens de ACM betaal je vanaf die dag voor alle stroom die je van het net haalt, ook energiebelasting en btw. Voor alle stroom die je teruglevert, krijg je een vergoeding van je leverancier. Je leverancier splitst je verbruik en teruglevering in twee perioden: tot en met 31 december 2026 en vanaf 1 januari 2027.
Een contract dat na 1 januari 2027 doorloopt, kan je volgens de ACM nog recht geven op salderen. Energiebelasting en btw betaal je vanaf dan wel over alle stroom van het net. Wat er in jouw contract over salderen staat, kun je nagaan in de voorwaarden.
Uiterlijk drie jaar na 1 januari 2027 stuurt de minister het parlement een verslag over de gevolgen. De terugverdientijd van zonnepanelen hoort daar ook bij (wet van 18 december 2024, artikel IVb).
De vergoeding voor teruggeleverde stroom
De wet vraagt een redelijke vergoeding. Gemiddeld over een maand mag die niet negatief zijn (Energiewet, artikel 2.34).
Tot 1 januari 2030 geldt er een ondergrens: minstens 50% van de prijs die je voor stroom betaalt, zonder energiebelasting en btw (ACM). In september 2026 was die kale prijs gemiddeld ruim 12 cent per kWh (CBS). De vergoeding komt dan op minstens ruim 6 cent per teruggeleverde kWh. Daar gaan de terugleverkosten nog af. Na 1 januari 2030 noemt de wet geen percentage meer. De eis van een redelijke vergoeding blijft.
Met een vast tarief mag je leverancier de vergoeding niet wijzigen. Bij een variabel tarief mag dat wel, als het in je contract of de voorwaarden staat. Je leverancier moet het je dan minstens een maand van tevoren laten weten (ACM).
Terugleverkosten
Naast de vergoeding rekenen vrijwel alle leveranciers terugleverkosten. De ACM bracht ze in december 2025 in kaart in een onderzoek. Een huishouden dat 2.601 kWh van het net haalt en evenveel teruglevert, betaalde in april 2024 ongeveer € 200 per jaar aan terugleverkosten. In oktober 2025 was dat ongeveer € 300, zonder btw.
De ACM vond de terugleverkosten niet onredelijk. Klanten met zonnepanelen kosten leveranciers extra: gemiddeld zo'n 13 cent per teruggeleverde kWh, zonder btw (contracten van maart 2025). De terugleverkosten liggen daar gemiddeld iets onder. De ACM kan geen maximum vaststellen.
Ook na 1 januari 2027 mogen leveranciers terugleverkosten rekenen. Volgens de leveranciers zelf verdwijnt met de saldering een groot deel van hun extra kosten. Daarom dalen de terugleverkosten vanaf 2027 naar verwachting, schrijft de ACM. Toch wordt zonnestroom volgens de ACM niet opeens veel meer waard. Na aftrek van de kosten kan er per kWh zelfs een negatief bedrag overblijven. Verboden is dat niet. Bij de meeste leveranciers houd je met een vast of variabel contract netto zo'n 0,5 cent per kWh over, volgens Milieu Centraal (juni en september 2026).
Om contracten makkelijker te vergelijken, schrijft de ACM sinds 1 januari 2026 in het modelcontract voor dat leveranciers terugleverkosten per teruggeleverde kWh rekenen (ACM, 17 december 2025). Vanaf 1 januari 2027 staan ze ook op je factuur, in euro per teruggeleverde kWh. Dat staat in een regeling van 9 augustus 2026 van de minister van Klimaat en Groene Groei.
Bij een dynamisch contract zijn de terugleverkosten volgens de ACM lager of te vermijden. Het risico van wisselende prijzen draag je dan zelf.
Wat het doet met de terugverdientijd
Zonder saldering brengt alleen de stroom die je zelf gebruikt nog de volle prijs op. Als je je verbruik niet aanpast, gebruik je gemiddeld zo'n 30% van wat je panelen opwekken zelf (Milieu Centraal, juni 2026).
Ons voorbeeld gebruikt de standaardwaarden van de tool:
- tien panelen voor € 3.800, met 3.800 kWh per jaar (Milieu Centraal, september 2026);
- 30% eigen verbruik (Milieu Centraal, juni 2026);
- gemiddeld € 0,21 per kWh voor 2027 tot en met 2040 (Milieu Centraal, juni 2026);
- netto € 0,01 per teruggeleverde kWh, de vergoeding min de terugleverkosten. Milieu Centraal rekent zelf met netto 0,5 cent (juni en september 2026).
Zonder saldering is de installatie in dit voorbeeld na 14 jaar en 9 maanden terugverdiend. Laat je de calculator rekenen alsof je 25 jaar blijft salderen, zonder terugleverkosten, dan is dat 4 jaar en 10 maanden. Dat scheelt bijna tien jaar.
Voorbeeld: tien panelen zonder saldering
Terugverdiend na
14 jaar en 9 maanden
Kosten van de installatie € 3.800 · Zelf gebruikt (%) 30 · Vergoeding terugleveren per kWh € 0,01
Besparing in het eerste jaar
€ 266,00
Besparing over de levensduur
€ 6.266
Netto resultaat
€ 2.466
Rendement in het eerste jaar
7 %
Milieu Centraal schat de besparing vanaf 2027 voor tien panelen op € 260 per jaar (september 2026). Daarin zitten 30 tot 35% eigen verbruik, netto 0,5 cent vergoeding en een nieuwe omvormer na 12 jaar. De calculator rekent met 30% eigen verbruik en € 0,01 vergoeding, zonder nieuwe omvormer, en komt zo op € 266 in het eerste jaar. Waarom de tool met € 0,21 rekent en niet met de prijs van vandaag, lees je in Waarom zonnepanelen een eigen prijs gebruiken.
Wat je zelf gebruikt, telt het zwaarst, schrijven de ACM (december 2025) en Milieu Centraal (september 2026). Voor een huishouden dat een elektrische auto laadt met zonnestroom, rekent Milieu Centraal met 50% eigen verbruik (juni 2026). Met 50% in plaats van 30% daalt de terugverdientijd in hetzelfde voorbeeld naar 9 jaar en 3 maanden.
Wat blijft
Stroom die je direct zelf gebruikt, komt niet van het net. Je betaalt er geen belasting en geen kosten van je leverancier over (Rijksoverheid). Bij een vast of variabel contract is die stroom volgens Milieu Centraal vaak 3 tot 4 keer voordeliger dan gekochte stroom (juni en september 2026).
Je houdt ook na 2027 het recht om zelf opgewekte stroom terug te leveren aan je leverancier (Energiewet, artikel 2.34). Zonnepanelen gaan gemiddeld 25 jaar mee en verdienen zich volgens de Rijksoverheid gemiddeld ruim binnen die tijd terug, ook na 2027. Hoe lang het voor jouw panelen duurt, hangt af van je eigen cijfers.
Rekenen met je eigen offerte
Wat het voor jou betekent, zie je pas met je eigen offerte erbij. In Terugverdientijd zonnepanelen berekenen vul je de kosten, de opbrengst, je eigen verbruik en je vergoeding in. Zijn je terugleverkosten hoger dan je vergoeding, dan vul je een negatief bedrag in. Zet je de vergoeding gelijk aan de stroomprijs, dan zie je hoe het zou zijn met saldering zonder terugleverkosten.
Sommige apparaten kun je laten draaien als de zon schijnt. Hoeveel stroom zo'n apparaat per jaar gebruikt, rekent Stroomkosten berekenen uit, in kWh en in euro. Een wasdroger van 2.500 watt die drie keer per week een uur draait, gebruikt zo'n 391 kWh per jaar. Hoeveel daarvan op je eigen panelen draait, hangt af van wanneer hij aanstaat. En van het weer.
De redactie van Sumish
Bronnen
Geraadpleegd op 15 oktober 2026.
- Salderingsregeling stopt in 2027 | Rijksoverheid
- Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele wetten ter uitvoering van de beëindiging van de salderingsregeling voor elektriciteit en enkele technische wijzigingen (Stb. 2025, 17) | Staatsblad
- Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 9 augustus 2026, nr. WJZ/106158659, tot wijziging van de Energieregeling in verband met presenteren en factureren terugleverkosten (Stcrt. 2026, 28208) | Staatscourant
- Energiewet, artikel 2.34 (tekst geldig vanaf 1 januari 2027) | wetten.overheid.nl
- Salderen en terugleveren | Autoriteit Consument & Markt (ACM)
- Terugleverkosten onder de loep (ACM/UIT/656339, december 2025) | Autoriteit Consument & Markt (ACM)
- ACM: terugleverkosten zonnestroom niet onredelijk, contracten wel moeilijk te vergelijken (17 december 2025) | Autoriteit Consument & Markt (ACM)
- Gemiddelde energietarieven voor consumenten (85592NED) | CBS
- Prijs en opbrengst zonnepanelen (laatst gewijzigd 10 september 2026) | Milieu Centraal
- Zonnestroom als de saldering stopt (laatst gewijzigd 24 juni 2026) | Milieu Centraal
- Met welke energieprijzen rekenen we? (laatst gewijzigd 24 juni 2026) | Milieu Centraal